Interview met verzetsman Theo Leenders. Uit ‘The Heart Has Reasons, Dutch Rescuers of Jewish Children during the Holocaust’ (2006) van Mark Klempner. Fragment uit hoofdstuk 10 Laughing it all away, waarin hij verteld over mijn vader ‘Vos’ waarvan hij tijdens de oorlog de echte naam niet kende. Hij heeft het ook over ene Sonia; na zoveel jaren vergist hij zich in de naam, dit gaat over Selma. Vertaald door M. Duringhof.
Less than a year before the war ended, Vos was captured. Vos was a Jewish man we should never forget: he was the brains behind the entire Resistance here. Because of him we had all those false papers, and those papers were very important, you know. If you didn’t have them you were in trouble – you couldn’t get food, and all the things more. Before Vos figured out how to counterfeit them, we used to rob the town halls where they were being stored. We stole many thousands of those papers, not in one place only but in many different town halls all over Holland.
One time Vos took me to Delft and introduced met to a girl who worked in the town hall there. He said to her, “If this man comes to you, give him whatever he needs.” So Latre I went over there and said to her, “I need papers for a man, woman, and child.” She said, “What are their ages?” I told her, and she said, “Come back tomorrow.”
During that time she went into the files of the deceased, looking for people who had been born in those same years. She removed them from the “deceased” file and put them into the file of living persons. And when I returned, she gave me the papers for each person, and told me everything I needed to know about them.
Around the beginning of 1943, we learned that the Germans were designing a new distribution card that would be very hard to counterfeit. But Vos, unbelievably, got his hands on one of them, and even before the new cards had been issued, he had printed perfect counterfeits. When people starting using them no one could tell the difference. That was the level of skills he had.
Vos was a very tight, closed man. He didn’t say much. We travelled together once from Heerlen to Amsterdam. I always stayed a few yards behind him. In Amsterdam he got off the train and was stopped by the Gestapo. He had papers saying he was a real estate agent, but he wasn’t doing real estate, I can tell you that.
I went to a telephone at the station and immediately called Sonia. Sonia was the Jewish girl who worked very closely with him. She knew exactly what he was doing all the time. So I called Sonia and told her they stopped Vos. “Hold on”, I said. And I waited to see what would happen. Who minutes passed, and I said, “They’ve released him,” I had to call her right away because if something happened to Vos, the whole Resistance in the southern part of Holland would go to pieces. But he had such good papers that no one could touch him.
Around that time, the Germans killed a man who was at the top of the Resistance. That was a shock for all of us. Vos went into hiding and Sonia was the only one who knew where he was. We had contact with Sonia, and we’d aske her this and that, and she would say, “Wel, I can’t give you that because I’m out of contact with Vos.” If we pressed her, she would say, “It’s too dangerous. Leave him alone.” After three weeks our whole operation came to a halt; we couldn’t help anyone anyore. So we went to Sonia and said, “Look, you’ve got to go to Vos. Tell him he has to come back.” Ans so she did, and he listened to her.
In the summer of ’44, the Allies landed in Normandy, and our hopes were up that soon we’de be liberated. But then we received the sad news that the Gestapo had caught Vos in Amsterdam.
A big meeting of the Resistance was being panned in the south. The Gestapo had found out about it, but the didn’t know the location. After Vos was arrested, they began to torture him very badly to tell them where it would be. Nothing worked: his mouth was shut like a steel trap. But then they brought a Jewish baby before him, and said, “If you don’t tell us where the meeting is, you won’t like to see what we do to this baby.” He still wouldn’t tell them, and then they broke one of the baby’s legs. The he kind of collapsed.
After that he was like putty in their hands. They got the meeting place out of him: a certain monastery in Weert. Which is here in Limburg. When the day came, they got him drunk and took him with them. They arrested about a dozen people in that raid, including some monks and priests. There was only one man who escaped being caught by hiding some curtains.
(…)
Not long after the war ended, I opened the paper and read that Vos had been arrested as a collaborator! I saw his picture and almost fainted, That one man who had escaped the raid on the monastery had reported that Vos had been there with the Germans, drinking and carrying on with them.
He was sentenced to two years in prison, but the verdict was appealed and his case was eventually sent to the highest court in The Hague. I attended the trial and was called to the stand as a character witness. For the first time, I learned his full story, and what his real name was: Daniël Jesse, or Bob Jesse.
For much of the trial, he wasn’t present. Then finally he came in – he had his arms around the shoulders of the two guards because he could barely walk. The judge said, “You can’t stand up, Mr. Jesse? He shook his head no. “What happened to you?” He said, “Well, I have been in a Dutch jail for six months.” They had beaten the hell out of him in that jail . The prosecutor said, “Because of him, eleven people were betrayed. And he only served half a year in jail.” “Yes,” the defence attorney said, “but he saved the lives of hundreds.” In the end he was acquitted, and the judge ordered that he be set free immediately.
After the verdict was delivered, he remained in the dock, and I went over and sat down next to him. “Hell, man, look at how you’ve been treated.” “I understand why they have done this to me, “ he said. “ “But you must understand, too, why I did the thins I did”. I put my hand on his shoulder and said, “Don’t you worry. I’ll always remember you. Compared with what you did for the Resistance, this is nothing.” He said, “During the war, the Nazis treated all Jewish people like this. So now I have been treated like this, too – by men who hate the Nazis and thought I was one of them.” And that is the price he paid.
In het laatste jaar van de oorlog werd Vos gevangen genomen. Vos was een joodse man die we nooit mogen vergeten: hij was het brein achter het volledige verzet hier. Dankzij hem hadden we al die vervalste papieren, en die waren ontzettend belangrijk. Als je die niet had zat je in de problemen – je kon geen voedsel krijgen, en al die andere dingen. Voordat Vos die papieren kon vervalsen, moesten we stadhuizen overvallen waar die papieren lagen opgeslagen. We hebben er duizenden gestolen, door heel Nederland.
Vos nam me een keer mee naar Delft en stelde me voor aan een dame die in het stadhuis werkte. Hij zei: ”Als deze man naar je toekomt, geef je hem wat hij vraagt.” Later ben ik er heen gegaan en zei: “Ik heb papieren nodig voor een vrouw, man en kind.” “Hoe oud zijn ze?”, vroeg ze. Ik vertelde het haar, en ze antwoordde: “Kom morgen terug.”
In de tussentijd ging ze naar het archief van overledenen en zocht naar mensen met het juiste geboortejaar. Ze haalde hun kaarten hier uit en verplaatste ze naar de levenden. Toen ik terugkwam gaf ze me de gewenste papieren, en vertelde me alles wat ik over ze moest weten.
Begin 1943 ontdekten we dat de Duitsers een nieuwe distributiekaart ontwikkelt hadden die erg moeilijk te vervalsen zou zijn. Maar Vos had er een te pakken gekregen, en nog voordat de nieuwe kaarten gedistribueerd waren had hij al perfecte vervalsingen gemaakt. Niemand merkte het verschil op. Dat was het niveau waarop hij werkte.
Vos was een gereserveerde man, op zichzelf. Hij sprak niet veel. We reisden eens samen van Heerlen naar Amsterdam. Ik hield altijd een aantal meters afstand van hem. Op het station in Amsterdam werd hij staande gehouden door de Gestapo. Op zijn persoonsbewijs stond dat hij makelaar was, maar geloof me, hij deed niets met huizenverkoop.
Ik ging direct naar een telefooncel op het station en belde ‘Sonia’ (=Selma). Zij was de joodse vrouw die nauw met hem samenwerkte. Zij wist precies wat hij deed. Ik belde dus Sonia en zei dat ze Vos staande hielden. “Wacht even”, zei ik, en hield in de gaten wat er gebeurde. “Ze laten hem weer gaan”. Ik moest haar direct bellen want als er wat met Vos gebeurde, ging het hele verzet in zuid-Nederland eraan. Maar hij had zulke goede papieren, niemand maakte hem wat.
Rond diezelfde tijd liquideerden de Duitsers een man uit de top van het verzet. Hij was een schok voor ons allemaal. Vos moest onderduiken en Sonia was de enige die wist waar hij zat. We hielden contact met haar, en vroegen haar om van alles. Ze zei dan: “Ik kan je niet helpen, want ik heb ook geen contact met Vos”. Als we aandrongen zei ze: “Het is te gevaarlijk. Laat hem met rust.” Na een week of drie kwam onze hele illegale machine tot stilstand; we konden niemand meer helpen. Toen zijn we naar Sonia gegaan, en zeiden: ”Je moet naar Vos gaan. Zeg hem dat ie terug moet komen.” Dat deed ze, en hij heeft naar haar geluisterd.
In de zomer van 1944 landden de geallieerden in Normandië, en we hoopten snel bevrijd te worden. Maar toen ontvingen we het trieste nieuws dat Vos door de Gestapo was gepakt in Amsterdam.
Er was een grote vergadering van het verzet gepland in het zuiden. De Gestapo had dit ontdekt, maar ze wisten de locatie niet. Toen ze Vos eenmaal hadden begonnen ze hem erg te martelen zodat hij de locatie zou loslaten. Het werkte niet: hij vertelde niets. Toen brachten ze een joodse baby naar binnen en zeiden: “Vertel ons waar de vergadering is; je zult het niet prettig vinden te moeten zien wat we anders met deze baby doen.” Hij hield nog steeds zijn mond dicht, en toen braken ze een van de baby’s beentjes. Hierna sloeg Vos door.
Vanaf dat moment was Vos gebroken. Hij vertelde waar de vergadering plaats zou vinden: een klooster in Weert, hier in Limburg. Op de dag van de vergadering voerden ze hem dronken en namen hem mee. Ze arresteerden zo’n twaalf man tijdens de overval, waaronder ook broeders en priesters. Er is er maar een ontsnapt, die kon zich verschuilen achter gordijnen.
(…)
Niet lang na de bevrijding las ik in de krant dat Vos was gearresteerd als collaborateur! Z’n foto stond erbij, ik viel bijna flauw. Een van de ontsnapte mannen van de kloosteroverval had gemeld dat Vos daar was met de Duitsers.
Hij werd tot twee jaar cel veroordeeld, maar er kwam een hoger beroep en uiteindelijk ging hij naar het Hooggerechtshof in Den Haag. Ik was bij de rechtszaak aanwezig, en werd opgeroepen als karaktergetuige. Voor het eerst hoorde ik zijn volledige verhaal, en dat zijn echte naam Daniël Jesse, Bob Jesse was.
Het grootste deel van het proces was Bob niet aanwezig. Toen hij uiteindelijk de zaal binnenkwam waren z’n armen om de schouders van twee bewakers geslagen omdat hij amper nog kon lopen. De rechter vroeg: “Kunt u niet opstaan, Meneer Jesse?” Hij schudde z’n hoofd. “Wat is er met u gebeurt?”. Bob antwoordde: “Ik zit al zes maanden in een Nederlandse gevangenis.” Hij werd daar flink te grazen genomen. De aanklager zei: “Door hem zijn elf mensen verraden, en hij heeft maar een half jaar vastgezeten.” “Klopt”, antwoordde zijn advocaat, “maar hij heeft honderden levens gered.” Hij is uiteindelijk van rechtsvervolging ontslagen, en direct in vrijheid gesteld.
Nadat de rechter uitspraak had gedaan, bleef hij in z’n bankje zitten. Ik liep erheen en ging naast hem zitten. “Verdomme man, kijk nou hoe ze je behandeld hebben”. “Ik snap wel waarom ze me dit hebben aangedaan”, zei hij,“maar je moet ook begrijpen waarom ik deed wat ik deed.” Ik legde mijn hand op zijn schouder en zei: “Maak je geen zorgen, ik zal je nooit vergeten. Vergeleken met wat jij voor het verzet hebt gedaan, is dit allemaal niets.” “Gedurende de oorlog werden alle joden zo behandelt door de nazi’s”, zei hij. “En nu ben ik ook zo behandeld, door mannen die de nazi’s haten en dachten dat ik er ook een was.” En dat was de prijs die hij betaalde.

