Brief Frans Gerritsen

Van: Frans Gerritsen

Aan: (voormalige Palestinapionier) Letty

Locatie: Amersfoort

Datum: 27 april ‘64

Vorm: Handgeschreven

Lieve Letty,

(…) 

Nu wil ik je in ’t kort nog even schrijven over Bob Jesse. Zoals ik al schreef, kenden Henny en ik Bob al van voor de oorlog. Jongeren Vredes Actie enz., dus niet bepaald fascistisch. Ongeveer in mei 1944 raakte Bob overwerkt en besloot zich terug te trekken uit het illegale werk om meer op verhaal te komen. Hij werkte werkelijk dag en nacht (net als de meeste van ons). Eén koerierster hield nog contact met hem: Selma Velleman, alias Marga van der Kuit. Met bonkaarten, PB’s en adressen begon van allerlei spaak te lopen wat hij anders verzorgde. Wij hebben hem toen overgehaald terug te komen en te proberen zijn werk weer te doen. Hij zat onder andere in dezelfde woonwagen waar ook Henny en ik hadden gezeten nadat de SD bij ons een paar dagen en nachten had zitten wachten, gelukkig tevergeefs, omdat we ons voor heel andere feiten schuil hielden. Bob bezweek voor ons aandringen en oververmoeid en wel ging hij weer door, zocht zijn kamer in Utrecht weer op en werd in de trein bij een contrôle op zijn valse persoonsbewijs gearresteerd. In zijn tas zaten PB’s van Hoogland. In deze gemeente konden we de nagedrukte PB’s voor echte uitruilen, terwijl wij daarvoor in ruil de echte aan onderduikers verstrekten. Toen de SD met Bob op zijn kamer in Utrecht kwam zaten daar Jan Kraaijenhof en Selma Velleman op hem te wachten, met een holle boekenplank die als schuilplaats voor diverse papieren moest dienen op hun schoot. Deze boekenplank was al lang geleden door Bob gevraagd maar kon niet eerder klaar dan net toen.

De S.D.’ers vroegen Bob “Kennen Sie die Beiden?” waarop Bob ontkennend antwoordde. Hierop zeiden de S.D.mannen: ‘Rausch!!!’ (…), maar Marga en Jan bleven als aan de grond genageld zitten. ‘Die Personelsausweisen!’ Alle twee hetzelfde merk ‘Hoogland’. ‘Sie können ruhig bleiben!’ Selma kwam terug, Jan kwam om in een kamp. Bob werd verhoord, evenals Joop Westerweel zocht hij zich een verhaal dat overal kon kloppen zonder iets te verraden, geplofte adressen als contactpunten, enz.

Ter goeder trouw ergens ingelopen door voor ‘iemand’ een brief weg te brengen en nu steeds gechanteerd worden als hij niet steeds weer verder opdrachten uitvoerde voor mensen die hem lastig vielen. Alles klopte tot op een telefoonnummer, in zijn zakboekje. Hij zei dat het een nummer voor de wasserij zou zijn ofzo, maar kon ’t niet waar maken. Er waren net zoals gebruikelijk wat Joden opgepakt, dit keer een moeder met een kind van ongeveer 3 en 5 jaar. Ze begonnen in bijzijn van Bob de twee kinderen, ook in bijzijn van die moeder, te mishandelen, armpjes omdraaien, schoppen, enz en beloofden op te houden als Bob zou zeggen wat het nummer betekende.

Bob vertelde mij later: ‘Op dat moment dacht ik beter volwassenen dan kinderen, bovendien kan ik ze vast nog wel waarschuwen.’ Hij moest de telefoon nemen terwijl zij het nummer draaiden. De moeder smeekte Bob alles te doen wat de SD vroeg. Hij maakte een afspraak voor een bepaalde datum voor bespreking in Roermond, die hem werd gedicteerd. Op weg naar die bespreking zaten (in de trein) naast en tegenover hem SD’ers in burger. Nog steeds hoopte hij op het laatste moment iets te kunnen redden. In Den Bosch stapte iemand van de groep in die ook naar de ‘bewuste’ vergadering moest; hij herkende Bob en zei:  “Hallo Vos.’ Bob vertelde mij later dat hij op dat moment ‘t gevoel had dat alles was verloren en voelde zich als lam geslagen en volkomen in de ban. De man had door hem ‘Vos’ te noemen al te kennen gegeven hem als illegaal werker te kennen. Een grote angst maakte zich meester van hem en verder kon hij niets meer zeggen, wachtte steeds op een later moment zodat er een kans was dat zij in de meerderheid zouden zijn, maar die kans kwam natuurlijk niet. [Er werden zeven leden van de LO-vergadering, gearresteerd waarvan veruit de meesten niet terug kwamen, waaronder ook een kapelaan] uit Limburg. Ook in Alkmaar heeft hij iets met ze te maken gehad en kwam toen vrij op voorwaarde zich nooit meer met iemand van het verzet in te laten.

Het eerste wat hij deed was contact met ons opnemen om te zeggen welke adressen die volgens hem niet meer gebruikt werden gevaar konden lopen. Hierdoor is niemand gepakt. (…)

Het hele archief was Bob bekend maar dat was geheel veilig gebleven. Bob schaamde zich over alles wat was geweest en durfde ook Dientje niet precies te vertellen hoe hij onder de grote druk een afspraak had gemaakt die hij steeds hoopte ongedaan te kunnen maken. Eerst veel later heeft Bob ons verteld hoe alles was gegaan. Waarom ik Bob heb kunnen blijven begrijpen? Ondanks dit alles?, en ondanks dit falen? Misschien door het volgende, Letty:

Dit was ‘bezetting/oorlog’, welk jaar weet ik niet meer 1943 begin 1944? In een nachtmerrie van een droom werd ik gepakt en in een kamp gestopt, we moesten machineonderdelen maken voor ‘moord-wandelingen’, wat weet ik niet meer, maar het was oorlogstuig. Hierop vroeg ik om de kampcommandant te spreken en na heel veel vragen kwam ik op zijn kantoor. Heel lang heb ik met hem gediscussieerd en ten slotte begreep hij dat ’t voor mij onmogelijk was dit te doen; geen onwil dus om de vooruitgang van de wereld tegen te houden, maar een niet anders mogen omdat ik meende dat ’t echt niet goed was.

Toen hij eindelijk mijn verzoek inwilligde, riep hij een van de Stahlhelmen en zei dat ik geen wapentuig zou maken. In plaats hiervan moest ik (als ex-bedrijfsleider van een etui-fabriek) lintjes aan ridderorden plakken. Op zichzelf voor mijn gevoel dus precies hetzelfde. Ik hoorde buiten al de kanonnen van de bevrijdende Amerikaanse legers, en dacht voor die paar dagen – want als ik hem ga vertellen dat ik ook dit niet wil doen – voelt hij het als een niet willen om het niet-willen. Het compromis dus, en ik ging doodellendig lintjes plakken.

De volgende morgen werd ik wakker en wist dat ik gefaald had, ook al was het slechts in een droom. Ik voelde mij doodellendig en ging door tot het einde van de oorlog, wetend dat die alleen bij de gratie van de situatie waarin hij steeds meer verkeerde, recht kon blijven staan, en nooit zou weten wanneer en hoe de omstandigheden sterker zouden zijn dan ikzelf.

Lieve Letty, nu kun je er misschien om lachen?

Misschien zie jij ook niet het verband dat ik voel tussen mijn eigen belevenis in die droom en de overmacht waarvoor Bob stond. Per slot van rekening had hij zich tijdig uit het werk teruggetrokken omdat hij zich niet sterk genoeg meer voelde. Wij trokken hem terug, hij sloeg door of hoe noem je dat; wie is schuldig? Zij die hem terughaalden? Of hij die er tijdelijk mee wilde stoppen?

Het is nu alles voorbij; misschien zeg je mij er je mening in Israël nog eens over.

Schrijf er maar niet over: je hebt al zo ongelooflijk veel te doen en te doen gehad voor dit hele plan!

Ken je ‘De nacht der girondijnen?’; anders toch zelfde probleem ergens.

Laten we eerder onze vreugde van het spoedig weerzien niet bederven door ellende uit ’t verleden, maar blij zijn dat de vriendschap sterker bleek en blijkt dan je vóór het meemaken van de oorlog en alles ooit kon vermoeden.

Veel liefs Veel dank

Frans